Je bent hier: Home // Columns, Mensen, Taal in het wild // Taal in het wild – Bij de kapper

Taal in het wild – Bij de kapper

Daar zit je dan, naar je in plastic geklede zelf te turen. Bij de kapper: waar je heen gaat om een tijdje later enkele centimeters en wat euro’s, een tintje en talloze semi-spontane antwoorden lichter naar buiten te lopen.

Want dat er bij de kapper heel wat afgekakeld wordt, dat hoef ik jullie natuurlijk niet te vertellen. Internet staat vol met columns en comics over het wel en wee in kappersland. Gaat het niet over dat er in plaats van vijf, tíén centimeter wordt geknipt, of over dat er altijd net zo’n jeukend haartje op je neus neerdwarrelt als je precies niet kunt krabben, dan gaat het wel over het half-gestructureerde interview dat kappers graag afnemen. Naast afgeknipte plukken haar sloddert er dus ook genoeg taal rond.

Heel even
Het begint met een telefoontje voor een afspraak. “Hebben jullie heel even tijd om mijn pony bij te knippen?” Dat ‘heel even’ accentueer ik, want het duurt echt hoogstens vijf minuten. Een zucht en een lange “Eehhh”. Geritsel van De Agenda. “Heb je een momentje? Ik moet het even vragen.” Ik heb een momentje. “Mevrouw? Als écht alleen je pony geknipt hoeft te worden, kan het vanmiddag.” Eh, oké. Alsof ik zou zeggen dat het alleen om mijn pony ging en nadat die geknipt was mijn cape voor 99% af zou doen, om dan opeens te zeggen: “HAHA, GRAPJE, die dooie punten moeten er ook nog af! En nog een watergolfje graag, alsjeblieft, dank je wel!” Grappen en grollen.

Koffie of thee
Maar goed, uiteindelijk zit ik daar dan, be-capet en al, en wordt me gevraagd of ik koffie of thee wil. Nee, want ik ben over vijf minuten klaar, maar iets zegt me dat dat niet het antwoord is waar op wordt gewacht. Ik voel me zo ongeveer verplicht iets aan te nemen, maar doe het lekker toch niet. Dan moet je als je pony klaar is in één keer zo’n kop te sterke thee wegwerken. Want wanneer moet je drinken tijdens het knippen? Als je al niet genoeg tijd krijgt om een verdwaalde lok van je neus te slaan, kun je het wel vergeten een slok te nemen. Nee.

Bij de kapper

Wat doe je?
En dan, dan begint Het Knippen. En met het knippen begint Het Interview. Zoals ik laatst ook al schreef, stel ik liever vragen dan dat ik ze krijg, en toevallig is het bij de kapper zo dat er allerlei vragen op je worden afgevuurd. Mehh.

Gevreesde Vraag nummer 1 is: “En, wat doe je?” Nondeknetter. Wat doe ik níét? Ik weet bij die vraag nooit hoeveel ik moet vertellen, hoe gedetailleerd het kan zijn, heb ook eigenlijk vaak geen zin om helemaal uit te leggen wat promoveren inhoudt (misschien voortaan verwijzen naar dit stuk). Vaak zeg ik dat ik onderzoek doe naar leren lezen, maar daar krijg je me toch rare reacties op. “Nou, jij liever dan ik, want ik háát lezen!”,  bijvoorbeeld. Misschien moet ik een keer een wedstrijd uitschrijven over hoe je hier het beste op kunt reageren.

Maar oké, als ik dan iets heb bedacht als antwoord en daar is ook weer een antwoord op gekomen, dan móét ik – het is ons allemaal ingepeperd, mensen! – vragen wat de ander voor werk doet. Maar dat hoeft niet! Want ik ben bij de kapper! En ik weet dus al wat haar werk is! Frustrerend, want je wilt wel laten zien dat je fatsoenlijk bent opgevoed en dus normaliter zo’n tegenvraag stelt, maar het hóéft niet, het is overbodig. Dus er komt een Ongemakkelijke Stilte.

Vakantie?
Kapsters kunnen daar blijkbaar prima mee omgaan (of juist niet), want al snel komt de vraag: “En, ga je nog op vakantie?” Ik onderdruk de neiging “Vakantie? Wat is dat?” te zeggen, want dat is echt een jeukantwoord. Pfff, ja, ik ga wel naar het buitenland, maar dat is voor mijn werk, dus dat is eigenlijk geen vakantie, maar ik vind het stiekem zelf wel een vakantie, maar dan ga ik wel heel vaak op vakantie, dus wat moet ik nou zeggen?! Oké, ik zeg iets en daar komt dan weer een reactie op. En dan heb ik eindelijk de kans om een tegenvraag te stellen, HAHAAA! Yes, ik heb er zin in. Maar, heel eerlijk gezegd, niet doorvertellen, vind ik het antwoord eigenlijk niet zo interessant. Oeps.

Het is maar goed dat ik geen kapster ben geworden, denk ik als ik bij thuiskomst naar mijn nieuwe spiegelbeeld staar. Nog afgezien van het feit dat ik niet overweg kan met föhns en snitscharen, natuurlijk. Zouden ze op de kappersacademie ook taalvaardigheid geven? Misschien toch eens een lesje overwegen.

Beeld: Flickr.com/JR_Paris.

Facebook Twitter Email Pinterest Tumblr Stumbleupon Linkedin

Merel

Merel

Merel (1986) is psycholinguïste. Als promovenda onderzoekt ze de beginnende geletterdheid van kleuters en doceert ze academische vaardigheden aan eerstejaarsstudenten. Hiervoor studeerde ze Nederlandse Taal en Cultuur en Theater-, Film- en Literatuurwetenschappen in Antwerpen en Cognitieve Neurowetenschappen in Nijmegen. Ze bedrijft wetenschap op pumps, schrijft over taalpathologie en kindertaal, loopt ‘hard’, naait rokken en reist regelmatig met de trein. Hierdoor komt ze vaak taal in het wild tegen, waar ze vervolgens uitgebreid over mijmert: voer voor haar wekelijkse Nadelunch-column. Ook schrijft ze voor Nadelunch over wetenschap en promoveren.


Tags: , , ,



Gerelateerde artikelen


4 Reacties to " Taal in het wild – Bij de kapper "

  1. Jeanne zegt:

    Haha!! Leuke column!!

  2. Dionne zegt:

    De moeder van een vriendin van mij knipt mijn haar. Dan heb je al dat geouwehoer niet. Nou ja, wel geouwehoer, maar niet over vakanties en werk enzo want dat wéét ze al :D

  3. Anne zegt:

    Die vragen zijn nou precies de reden waarom ik al meer dan een half jaar niet naar de kapper ben geweest. Op de vraag “Wat doe je?” heb ik vaak moeten opbiechten dat ik een grote mislukkeling ben die thuiszit. Of ik verzon ter plekke iets. Dat trauma zit er nog steeds in, al ben ik alweer een tijdje aan de slag.

Laat een reactie achter

Copyright © 2012 Nadelunch.com. Alle rechten voorbehouden.
Ontworpen door Theme Junkie. Mede mogelijk gemaakt door WordPress.