Heb je net iedereen per post of in real life een fijne kerst gewenst, is het ineens 2013 en moet je mensen dáár weer over aanspreken. En zoals verschillende mensen op verschillende manieren mails afsluiten, zo gaat dat ook in week 1 met de nieuwjaarswensen.
Ik had eens in de eerste week van januari een begrafenis, waar ik het gros van de mensen niet kende. Dan moet je dus eigenlijk tegelijk condoleren, jezelf voorstellen en ook nog iets over het nieuwe jaar zeggen. Best een lastige situatie. Maar stel dat je alleen dat laatste hoeft te doen, hoe doe je dat dan?
Dat bepaal ik zelf wel
Of het nou middernacht op het oud-en-nieuw-feest is, overdag op de nieuwjaarsborrel, of een week later op de oliebollenparty van de zaak, vaak moet je een rijtje mensen af om tegen iedereen iets aardigs te zeggen. Soms komt er iemand tussendoor met een ietwat lange versie (“Ik wens je alle goeds voor het nieuwe jaar”), maar vaak is de tijd van handje schudden maar kort. Dus pers je er
tussen die drie luchtzoenen door twee (“Ge-luk-kig nieuwjaar”) of drie (“De – beste – wensen”) woorden uit.
Meestal is er ook nog wel iemand in het gezelschap die de leukste thuis, die zegt: “Dát bepaal ik zelf wel!”. Sú-per-grappig. En als het jaar dan een paar dagen bezig is, komen de “Mag het nog?”-zeggers, eventueel met hinnekende “Ha! Ha! Ha!”-aanvulling. Vooral op kantoren schijnen die mensen veel voor te komen.

Het dubbele
Maar het kan ook anders. Een docent op mijn middelbare school zei altijd: “Ik wens jullie het dubbele van wat jullie mij wensen!” Daar zit je altijd goed mee. Erg goed bedacht, vind ik. Het is niet zo cryptisch als Bilbo Baggins’ “I don’t know half of you half as well as I should like, and I like less than half of you half as well as you deserve”, maar dat lijkt me dan ook weer niet de meest geschikte zin
voor op een nieuwsjaarsborrel.
Fijne februari
Maar het kan ook nóg anders. Oud & nieuw vieren schijnt niet meer hip te zijn (zó twintig-twaalf), goede voornemens waren vorig decennium al afgezaagd (en er naar vragen al helemaal), maar hoe zit het met die nieuwjaarswensen?
Van verschillende mensen hoorde ik de afgelopen dagen dat ze het allemaal maar onzin vinden – en dan niet zo súpergrappig bedoeld als die lolbroek hierboven, maar serieus. Ze vonden het logischer om iemand een fijne januari te wensen. Februari, dat zien we dan wel weer. En waarom de ‘beste’ wensen? En wat zijn die ‘wensen’ dan eigenlijk?
Er valt over de filosoferen, te discussiëren wellicht, maar eerlijk gezegd denk ik dat de meeste mensen daar gewoon niet zo’n behoefte aan hebben op 1 januari. Je zegt je gebruikelijke twee of drie woorden tussen die drie zoenen door en gaat weer netjes op je stoeltje zitten, oliebol van vorig jaar en alcoholvrij biertje (je partner was gisteren al de bob) in de hand. Tot volgend jaar.
Beeld: Flickr.com/Dinner Series.
Merel
Merel (1986) is psycholinguïste. Als promovenda onderzoekt ze de beginnende geletterdheid van kleuters en doceert ze academische vaardigheden aan eerstejaarsstudenten. Hiervoor studeerde ze Nederlandse Taal en Cultuur en Theater-, Film- en Literatuurwetenschappen in Antwerpen en Cognitieve Neurowetenschappen in Nijmegen. Ze bedrijft wetenschap op pumps, schrijft over taalpathologie en kindertaal, loopt ‘hard’, naait rokken en reist regelmatig met de trein. Hierdoor komt ze vaak taal in het wild tegen, waar ze vervolgens uitgebreid over mijmert: voer voor haar wekelijkse Nadelunch-column. Ook schrijft ze voor Nadelunch over wetenschap en promoveren.
