Taal in het wild – “De jongen loopt op straat”

JongetjeHet leuke aan onderzoek doen naar de taalvaardigheid van kleuters is dat geen dag, geen taak, geen kind hetzelfde is. Ook al test ik maandenlang dagelijks, neem ik honderd keer dezelfde taak af en antwoorden de kinderen redelijk gelijk, er gebeurt altijd wel iets onverwachts.

Ik doe onderzoek naar de beginnende geletterdheid van kleuters: welke vaardigheden voorspellen hoe snel of gemakkelijk een kind in groep 3 leert lezen? Om dit te onderzoeken gebruik ik een hele batterij aan testen, onder andere een rijmtaak met plaatjes van vissen en apen en een geheugentaak.

Geheugentaak
Op een dag zit ik met een vierjarig jongetje om de tafel voor de geheugentaak. Zijn voeten bungelen boven de grond, want hij zit op een grotemensenstoel. We hebben net het eerste deel van de geheugentaak achter de rug. Ik zei steeds een aantal woorden – wip, pet, tak – en hij moest die herhalen. Dat ging prima.

Maar om een sticker te verdienen moet de hele taak gedaan worden, dus we beginnen aan het tweede gedeelte, met zinnen in plaats van woorden. Ik leg de taak uit, dat het hetzelfde is als net, maar dan met zinnen. Dat hij goed moet luisteren naar wat ik zeg en hij dat dan ook moet zeggen. Ik parafraseer de uitleg nog een keer, mét de woorden nazeggen en herhalen, gewoon voor de zekerheid. Als hij zegt dat hij het snapt, begin ik met een voorbeeldzin:

“De jongen loopt op straat.”

“Ohoooohoo! Ohoho, dat mag niet!”

“Nee hè, dat mag inderdaad niet. Maar daar gaat het nu niet om. Nu gaat het om nazeggen, toch?”

“Ja!”

“Dus ik zeg een zin, jij luistert héél goed en dan zeg jij de zin. Oké?”

“Oké!”

“De jongen loopt op straat.”

“Naaaahh, ohoho, dat mag echt niet, hoor!”

“Nee, dat klopt, maar kun je nu zeggen wat ik heb gezegd? Weet je het nog?”

“De jongen ehhh…”

“Ja?”

“De jongen loopt op straat!”

“Heel goed! Dan gaan we nu echt beginnen. Dus jij luistert héél goed naar wat ik zeg en dan zeg jij dat ook, net zoals we hebben geoefend. Oké?”

“Oké!”

“De oude man zit op een bank.”

“Oh! Dan kan hij mooi tegen die jongen zeggen dat hij niet op straat mag lopen!”

Beeld: Photl.com/Bhutros Iaco.

Share

Merel

Merel (1986) is psycholinguïste. Als promovenda onderzoekt ze de beginnende geletterdheid van kleuters en doceert ze academische vaardigheden aan eerste- en tweedejaarsstudenten. Hiervoor studeerde ze Nederlandse Taal en Cultuur en Theater-, Film- en Literatuurwetenschappen in Antwerpen en Cognitieve Neurowetenschappen in Nijmegen. Ze bedrijft wetenschap op pumps, schrijft over taalpathologie en kindertaal, loopt ‘hard’, naait rokken en reist regelmatig met de trein. Hierdoor komt ze vaak taal in het wild tegen, waar ze vervolgens uitgebreid over mijmert: voer voor haar wekelijkse Nadelunch-column. Ook schrijft ze voor Nadelunch over wetenschap en promoveren. Najaar 2013 is Merel visiting scholar aan Yale University.