Je bent hier: Home // Columns, Mensen, Taal in het wild // Taal in het wild – “Deze vraag gaat over lijken”

Taal in het wild – “Deze vraag gaat over lijken”

Onlangs was ik bij een promotieplechtigheid. Ik houd van promoties. De plechtige sfeer, de zwarte toga’s en die spanning… Ik geniet ervan.

Ik geniet ervan om (oud)collega’s over hun levenswerk te horen vertellen, om promotoren trots te zien kijken naar hun telg en om in de laudatio een glimp te krijgen van het leven naast de promotie, want blijkbaar bestaat dat ook nog. Zo in die ietwat donkere zaal, in een zachte pluchen stoel, tussen mijn vakbroeders, is het voor mij ook een perfect moment om te reflecteren op mijn eigen promotieproject en -traject. En, bonus: vaak worden we ook nog getrakteerd op nerdy inside jokes tussen promovendus en hoogleraar.

Lijken
In deze promotie was de promovenda net klaar met haar lekenpraatje. De verdediging kon beginnen. Na de nodige formele uitingen gaf de rector het woord aan de voorzitster van de manuscriptcommissie (een commissie van drie vakgenoten die het proefschrift goedkeurt). Zij mocht de eerste vraag stellen.

“Deze vraag gaat over lijken”, zei ze. Niemand gniffelde. Het was ook niet als grap bedoeld. Maar het wás wel zo. Deze vraag ging letterlijk en figuurlijk over lijken. De eerste vraag, die van de voorzitter van de manuscriptcommissie, is vaak het pittigst. De vraag is meestal inhoudelijk en algemeen.

Wat deze hoogleraar bedoelde, was dat de vraag ging over woorden die eindigen op -lijk. Heb je meerdere van zulke woorden, dan kun je voor het gemak spreken over -lijken. Zo doen wij taalkundigen dat.

Ze weidde nog wat uit over haar vraag, want tijdens promoties is een vraag niet zomaar een vraag. Een vraag kan gerust vijf minuten duren. Ze noemde wat woorden op die eindigen op -lijk en besprak overeenkomsten en verschillen tussen deze woorden.

“Het ene lijk is het andere lijk niet”, concludeerde ze.

Beeld: stock.xchng/ameliaabraa.

Facebook Twitter Email Pinterest Tumblr Stumbleupon Linkedin

Merel

Merel

Merel (1986) is psycholinguïste. Als promovenda onderzoekt ze de beginnende geletterdheid van kleuters en doceert ze academische vaardigheden aan eerstejaarsstudenten. Hiervoor studeerde ze Nederlandse Taal en Cultuur en Theater-, Film- en Literatuurwetenschappen in Antwerpen en Cognitieve Neurowetenschappen in Nijmegen. Ze bedrijft wetenschap op pumps, schrijft over taalpathologie en kindertaal, loopt ‘hard’, naait rokken en reist regelmatig met de trein. Hierdoor komt ze vaak taal in het wild tegen, waar ze vervolgens uitgebreid over mijmert: voer voor haar wekelijkse Nadelunch-column. Ook schrijft ze voor Nadelunch over wetenschap en promoveren.


Tags: , , , ,



Gerelateerde artikelen


3 Reacties to " Taal in het wild – “Deze vraag gaat over lijken” "

  1. Inge Inge zegt:

    Gniffel! :) HeerLIJKe column!

  2. Olga zegt:

    En die konden ze in hun zak steken ;)

Laat een reactie achter

Copyright © 2012 Nadelunch.com. Alle rechten voorbehouden.
Ontworpen door Theme Junkie. Mede mogelijk gemaakt door WordPress.