Taal in het wild – “Eenden hebben ook drijfveren”

EendIk had het al eens eerder over bobotaal, managementtaal, taal-van-de-bovenste-laag, of hoe je het ook wilt noemen. De taal van snelle jongens. Je komt het vaak tegen in workshops, trainingen of seminars – uitgesproken met drie Gooise r’en.

Zo bevond ik mij eens op de bovenste verdieping van een voor Nederlandse begrippen hoog gebouw. Daar zitten die snelle jongens vaak, vandaar de term taal-van-de-bovenste-laag. Ik volgde een semi-verplichte training en was de enige vrouw in het gezelschap, ook weer zoiets.

De trainer bralde aan één stuk door. Hij schuwde geen enkele managementterm. Zou ik een bobotaalbingokaart mee hebben genomen, dan zou ik zeker weten binnen een halfuur bingo hebben gehad. Ik tunede uit en observeerde mijn mede-trainees, die hevig knikkend luisterden. Opmerkelijk, want zeggen ‘Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus’-auteurs niet juist altijd dat mannen directe taal prefereren boven vaagtaal en beeldspraak? Was ik – in mijn stippenjurk – de enige échte man in dit gezelschap?

Evalueren en reflecteren
Een week later mocht ik naar een semi-verplichte workshop op de één-na-bovenste verdieping van dat voor Nederlandse begrippen hoge gebouw. Dat de rangorde duidelijk moge zijn. Op deze verdieping was ik al vaker geweest en ik wist dat andere bezoekers ook vreesden voor de vaagtaal die hier de boventoon voert. Hier werd vooral geëvalueerd en gereflecteerd. Ik zocht tevergeefs in mijn tas naar een vaagtaalbingokaart. Hè, moest ik toch eens maken.

Bij deze workshop was maar één man aanwezig – een échte man, zonder stippenjurk. Verder nog twee handjesvol vrouwen. We discussieerden lustig over termen en begrippen die duidelijk voor niemand helder waren. “Hmhm, maar, klein dingetje, wat bedoelen we eigenlijk met procesdoelen?”, vroeg ik. Uit het antwoord van een halfuur werden we ook niet veel wijzer. Vraagtekens sierden onze voorhoofden.

Drijfveren
We kregen een moment om op onze drijfveren te reflecteren. Best een existentiële vraag. Krakend veranderden vraagtekens in denkrimpels. Een knorrende maag aan de overkant van de tafel. Het geluid van een potloodgummetje dat stukgekauwd werd. Maar verder: stilte.

“Zeg”, doorbrak de echte man de stilte. “Eenden hebben ook drijfveren.”

 

Beeld: Flickr.com/suneko.

Share

Merel

Merel (1986) is psycholinguïste. Als promovenda onderzoekt ze de beginnende geletterdheid van kleuters en doceert ze academische vaardigheden aan eerste- en tweedejaarsstudenten. Hiervoor studeerde ze Nederlandse Taal en Cultuur en Theater-, Film- en Literatuurwetenschappen in Antwerpen en Cognitieve Neurowetenschappen in Nijmegen. Ze bedrijft wetenschap op pumps, schrijft over taalpathologie en kindertaal, loopt ‘hard’, naait rokken en reist regelmatig met de trein. Hierdoor komt ze vaak taal in het wild tegen, waar ze vervolgens uitgebreid over mijmert: voer voor haar wekelijkse Nadelunch-column. Ook schrijft ze voor Nadelunch over wetenschap en promoveren. Najaar 2013 is Merel visiting scholar aan Yale University.