Taal in het wild – Juffrouw Merel

Voor mijn onderzoek kom ik op zes verschillende basisscholen. Maandag op de ene, dinsdag op de andere, je snapt het. Op elke school heb ik een kamertje waar ik mijn laptop en schatkist met stickers neerzet en waar de kleuters één voor één taakjes komen doen.

Dat kamertje is erg interessant voor de kleuters. Ze denken dat ik er woon. Ik ben zelf blijkbaar ook erg interessant. Wie ben ik nou eigenlijk? Ze weten dat ik geen juf op hun school ben, want daarvoor zien ze me te weinig. Maar ik ben wél een juf, toch? Soms stel ik me aan een klas voor als ‘juffrouw Merel’, soms gewoon als ‘Merel’. Hoe het ook zij, de kinderen hebben er hun eigen ideeën over.

Schatkist
Meisje, keendje of oma
Laatst werd ik op één dag drie keer geconfronteerd met mijn identiteit. In de letterkennistaak werd een kleuter gevraagd naar de ‘ei’ van ‘meisje’. Van achter de laptop keek hij me aan, kneep zijn ogen toe, wees me aan met zijn rechterwijsvinger en zei: “Jíj bent een meisje!” Betrapt.

Later vroeg zijn klasgenoot of ik mama ben. Hij was helemaal in de war toen ik zei dat ik dat niet ben. “Ben jij dan nog een kééndje?!”, riep hij vol ongeloof. Tja…

Een andere kleuter uit die klas maakte het nog bonter. “Ben jij oma?”, vroeg hij. “Nee”, zei ik. “Huh, ben je opa dan?!” Ehhh…

Misschien waren ze in de war doordat ik had gezegd dat hun ‘meneer’ mijn ‘oom’ is. En doordat hun meneer had gezegd dat ‘juffrouw Merel’ zijn nichtje is. Wie weet.

Juffrouw
Over dat ‘juffrouw’ bestaan ook nog wat vragen. “Ben jij écht juffrouw?” is een vraag die ik geregeld krijg. Om eerlijk te zijn reageer ik niet altijd hetzelfde. Soms zeg ik dat ik wel juf ben, maar niet op deze school. Soms zeg ik dat ik inderdaad juffrouw ben, maar dan voor oudere leerlingen, van wel twintig jaar oud (“Wow!”). Soms zeggen de kinderen zelf dat ik gewoon Merel ben.

Het zoontje van een van de juffen wier kleuters ik onderzoek, wist het wel. Zijn moeder geeft les op de school waar ik altijd op dinsdag ben. Op woensdag kwam ik haar tegen bij een andere school, die van haar zoontje (volgt u het nog?). De juf vroeg aan haar zoon: “Komt Merel ook bij jullie in de klas?” “Neehee,” reageerde hij, “júffrouw Merel.”

Het kamertje, de laptop en de schatkist
Maar als ik juffrouw ben, wie is dan mijn baas? En dat kamertje, woon ik daar? En hoe kom ik eigenlijk aan die schatkist? Daarover snel meer…

Beeld: stock.xchng/Egilshay.

Share

Merel

Merel (1986) is psycholinguïste. Als promovenda onderzoekt ze de beginnende geletterdheid van kleuters en doceert ze academische vaardigheden aan eerste- en tweedejaarsstudenten. Hiervoor studeerde ze Nederlandse Taal en Cultuur en Theater-, Film- en Literatuurwetenschappen in Antwerpen en Cognitieve Neurowetenschappen in Nijmegen. Ze bedrijft wetenschap op pumps, schrijft over taalpathologie en kindertaal, loopt ‘hard’, naait rokken en reist regelmatig met de trein. Hierdoor komt ze vaak taal in het wild tegen, waar ze vervolgens uitgebreid over mijmert: voer voor haar wekelijkse Nadelunch-column. Ook schrijft ze voor Nadelunch over wetenschap en promoveren. Najaar 2013 is Merel visiting scholar aan Yale University.