Taal in het wild – “Van moeilijk kun je leren wel”

De kleuter naast me zucht. Hij is een taaltaak op de computer aan het doen. Een spelletje, noemen we zo’n taak. Op een luchtige manier worden ze gepresenteerd aan de kinderen, maar later schrijf ik er serieuze artikelen over.

Dit spelletje gaat over woordjes die hetzelfde beginnen. Er staan drie plaatjes op het scherm – een noot, een paal en een duim – en hij moet klikken op het plaatje van een woord dat begint met, bijvoorbeeld, de ’n’ van ‘nek’. We hebben de taak net geoefend met zijn naam. Hij kon wel drie kinderen uit zijn klas noemen van wie de namen ook met ‘zijn’ letter beginnen.

Ik ben aan de andere kant van de tafel aan het werken, zodat hij in alle rust zijn taak kan uitvoeren. Hij kijkt me aan. “Dit is wel heel moeilijk”, zegt hij. “Een beetje wel, hè”, reageer ik. Ik besteed er niet te veel aandacht aan, om zijn resultaten niet te beïnvloeden. “Ik denk dat de andere kinderen uit mijn klas dit ook niet konden”, peinst het jongetje. “Veel kinderen vinden het moeilijk, ja,” zeg ik, “het is ook eigenlijk een spelletje voor groep 3.”

Jongetje krant
Makkelijk is saai
“Ik ben wél heel goed in rijmen”, verzekert het jongetje me. “Ja, daar ben jij heel goed in.” “Bij rijmen had ik álles goed!”, zegt hij. Zijn school heeft stimulering van talenten hoog in het vaandel staan. “Maar dit is heel moeilijk, juf.” Ik knik. “Maar als alles zo makkelijk zou zijn als rijmen, dat zou ook een beetje saai zijn, toch?”, opper ik. “Ja, alleen maar heel makkelijk is saai”, beaamt hij.

Hij gaat weer verder met zijn taak, herhaalt mompelend de opdracht. “De ‘b’ van ‘bal’?” Kauwend op zijn vinger staart hij naar het scherm. “Best moeilijk. Maar van moeilijk kun je leren wel.”

Een mooie levenswijsheid. Gratis, op een zonnige nazomerdag, van een vijfjarige kleuter. Wat wil je nog meer?

Beeld: stock.xchng/criswatk

Share

Merel

Merel (1986) is psycholinguïste. Als promovenda onderzoekt ze de beginnende geletterdheid van kleuters en doceert ze academische vaardigheden aan eerste- en tweedejaarsstudenten. Hiervoor studeerde ze Nederlandse Taal en Cultuur en Theater-, Film- en Literatuurwetenschappen in Antwerpen en Cognitieve Neurowetenschappen in Nijmegen. Ze bedrijft wetenschap op pumps, schrijft over taalpathologie en kindertaal, loopt ‘hard’, naait rokken en reist regelmatig met de trein. Hierdoor komt ze vaak taal in het wild tegen, waar ze vervolgens uitgebreid over mijmert: voer voor haar wekelijkse Nadelunch-column. Ook schrijft ze voor Nadelunch over wetenschap en promoveren. Najaar 2013 is Merel visiting scholar aan Yale University.