Taal in het wild – “Zonne grôte dolfijn, jonge!”

DolfijnknuffelIn zo’n nieuwe dubbeldekkertrein zit ik. Door de spleet tussen de stoelen voor mij kijkt een blond meisje me aan. Sinds ik 150 kleuters onderzocht, probeer ik de leeftijd van elk kind in te schatten: ouder of jonger dan 4? Dit meisje is jonger, net.

Ik heb een drukke dag gehad en nog een aantal deadlines voor de boeg. Mijn laptop staat voor me, maar op het toetsenbord ligt een luchtig boek. Ik kan wel wat afleiding gebruiken. Het meisje staart me nog steeds aan, door de spleet tussen de stoelen. Ik kijk ook en lach. Ze trekt zich snel terug, kijkt naar haar oudere zus die naast haar zit en komt even later weer tevoorschijn.

“Wij zijn naar het Dolfinarium geweest!”, zegt ze. Ik reageer enthousiast, want is dat niet het allerleukste ooit? Zeker wel. Ze vertelt wat ze allemaal gezien heeft, maar wordt abrupt afgekapt door een man die in de vierzitter naast haar zit. Hij maakt op niet erg genuanceerde en overigens ook niet erg kindvriendelijke manier duidelijk dat het meisje zich niet met mij moet bemoeien. “Geeft niet hoor, vind ik wel gezellig”, probeer ik, maar ook ik krijg een snauw. Hm.

Ik weet het natuurlijk niet zeker, maar het lijkt alsof dit de nieuwe vriend van moeders is, die nog indruk wil maken, wil laten zien hoe goed hij wel niet kan opvoeden. Of het is gewoon een knul die niet van kinderen houdt en erg streng is. Pick your choice. Voor dit verhaal kies ik beide opties.

De vrouw die tegenover hem zit, moeders dus, knikt. Nee nee, het is niet de bedoeling dat het meisje mensen lastig valt. Ze praten verder, plat Brabants. Méér dialect dan gewoon een beetje Brabants, zoals ik. Interessant, denk ik, dat het meisje niet zo Brabants spreekt. Ik heb me al vaker verwonderd over dialecten en hoe kinderen daarmee omgaan, wat de invloed op de taalontwikkeling is. Hè, ik moet daar echt eens wat wetenschappelijke literatuur over opzoeken, denk ik voor de zoveelste keer.

Heldrop en Gelmond
Het blonde hoofdje verschijnt weer voor me: “Ik woon bij jou in de buurt, hè!” Lief. “Dat weet ik niet,” zeg ik, “ik weet niet waar jij woont, namelijk.” Ze springt van haar stoel en komt naast me staan. “Ja, ik woon in Heldrop! O nee, in Gelmond!”, roept ze uitbundig. Ah, schattig, een verhaspeling. Daar houd ik van. Onthouden, dan kan ik er een stukkie over schrijven. “Papa woont in Helmond, mama in Geldrop”, zegt de grote zus. Aha. “Hey, hou nou eens op, die mevrouw wil lezen!”, roept de man. Gelukkig weet hij precies wat ik wil. “Nee hoor, ze zit te typen”, zegt mijn nieuwe vriendin.

De man en de vrouw praten op luide, Brabantse toon verder over hoe ongehoorzaam het meisje wel niet is: ze luistert nooit, doet haar eigen zin, hoe durft ze. Ik wil verder niet (ver)oordelen, maar op dat moment komt het meisje op mij stukken positiever over dan haar reisgezelschap. Arm meisje. Hoe zou ze het op school gaan doen? Het lijkt alsof ze weinig positieve dingen te horen krijgt en dan ook nog eens met een beperkte woordenschat. Hoe kan het dat ze geen dialect spreekt?

Ze komt naast me zitten om haar dolfijnsleutelhanger te laten zien. Die heeft ze gekregen van mama, vertelt ze wederom in keurig Nederlands. Per ongeluk drukt ze een knopje in, waardoor het geval begint te piepen en flikkeren. Ze schrikt er zelf van. Ik lach. “Kijk, zonne grôte dolfijn, jonge!”

Beeld: Flickr.com/emily.bluestar.

Share

Merel

Merel (1986) is psycholinguïste. Als promovenda onderzoekt ze de beginnende geletterdheid van kleuters en doceert ze academische vaardigheden aan eerste- en tweedejaarsstudenten. Hiervoor studeerde ze Nederlandse Taal en Cultuur en Theater-, Film- en Literatuurwetenschappen in Antwerpen en Cognitieve Neurowetenschappen in Nijmegen. Ze bedrijft wetenschap op pumps, schrijft over taalpathologie en kindertaal, loopt ‘hard’, naait rokken en reist regelmatig met de trein. Hierdoor komt ze vaak taal in het wild tegen, waar ze vervolgens uitgebreid over mijmert: voer voor haar wekelijkse Nadelunch-column. Ook schrijft ze voor Nadelunch over wetenschap en promoveren. Najaar 2013 is Merel visiting scholar aan Yale University.