Wat is nou liegen?

Op 12 september gaat u keuzes maken. Dat is allereerst de keuze om te gaan stemmen. Staat u eenmaal in het stemhokje, wat dan? Met één druk op de knop besluit u mede hoe € 220.000.000.000,- per jaar wordt uitgegeven én hoe die wordt gefinancierd. Geen sinecure.

‘Financiën’ is vaak een obscuur onderwerp. In de duisternis is niet alles wat het lijkt. In deze reeks columns een poging wat meer licht op de financiële duisternis van de Nederlandse politiek te schijnen in aanloop naar de verkiezingen.

Pinoccio met geldJokken, beweringen bezijden de waarheid, de waarheid geweld aandoen: er zijn allerlei nuanceringen voor het woord liegen die beter klinken.

‘Beter klinken’ is belangrijk in de politiek, dan spreekt men van ‘genuanceerd’. Bij nuanceren worden definities scherper gesteld. Definities zijn voor politici van levensbelang.

In de Nederlandse politiek doen we de waarheid regelmatig geweld aan. Een voorbeeld dat me altijd bijblijft is de geniale wijze waarop destijds premier Lubbers glashard beweerde dat de door hem beloofde daling van de werkloosheid was gerealiseerd. In werkelijkheid was de definitie van de werkloze tijdens zijn regeerperiode aangepast. In de statistieken waaruit de daling bleek, werden appels met peren vergeleken.

In de huidige verkiezingsstrijd horen we ook weer de gebruikelijke definitiekwesties. Nederland wordt weer socialer, eerlijker, rechtvaardiger, democratischer, veiliger, gezonder en nog veel meer. Mooie woorden die goed klinken, maar wat betekenen ze? Laten wij vooral goed opletten hoe onze politici dergelijke woorden definiëren en welke plannen ze precies gaan realiseren om die woorden waar te maken. Daarbij worden we geholpen door Neerlands ‘onafhankelijke rechter’, die de plannen van onze politieke partijen onderwerpt aan een kritische toets: het CPB. De rol van het CPB is cruciaal, omdat het de kwantitatieve consequenties van al die mooie plannen in beeld brengt. En cijfers liegen niet. Maar hebben we het nu ook beter begrepen?

Het grote rijk-rekenen
De afgelopen jaren hebben we meerdere schandalen mogen zien in de financiële wereld. Aandelen leaseconstructies, woekerpolissen, recent nog het Vestia-drama, je kent ze. Complexe financiële producten waarin een rendement wordt verwacht in de toekomst met een (geleende) inleg in het heden. Vervolgens bleef het rendement uit en waren partijen hun inleg kwijt, of erger nog, ze moesten zelfs bijstorten. Rechtszaken volgden. Na jaren van procederen werden in augustus van dit jaar enkele grote zaken geschikt. De rechter vindt dat banken onvoldoende aan hun zorgplicht hebben voldaan.

Het CPB laat de politiek al jaren weten dat de vergrijzing voor grote problemen in de staatsfinanciën gaat zorgen en de rekening bij toekomstige generaties wordt gelegd als niet wordt ingegrepen. De reflex van onze politici is steeds: wie dan leeft, wie dan zorgt. Geld dat er niet is, blijven we gewoon nu uitgeven. Want, zo denken we, als de economie maar blijft groeien, dan ‘verdienen’ we ons vanzelf uit de problemen. Die economische groei is echter niet gerealiseerd en daarom zitten we nu in de problemen. Strikt genomen heeft de politiek niet de rekening in de toekomst gelegd, maar wel het risico van uitblijvende economische groei. En dat risico leidt nu alsnog tot de rekening die we destijds niet wilden betalen, maar dan wel met een hogere staatsschuld.

De politiek heeft ook een zorgplicht
Alle politieke partijen investeren in Nederland. Een partijprogramma is als een beleggingsprospectus en het CPB verzorgt de financiele bijsluiter. Maar hoe moet die bijsluiter worden gelezen? Dat wordt gelukkig steeds helderder in de debatten, maar één onderwerp is wat mij betreft nog wat onderbelicht: inflatie.

Inflatie

Inflatie wordt veroorzaakt door toename van de geldvoorraad door de overheid en niet door hogere lonen of grotere winsten. Inflatie zorgt voor waardedaling van pensioenen, spaargeld, lonen en ook schulden. Dat betekent dat Nederland armer wordt naarmate de inflatie hoger is. Tegelijkertijd heeft inflatie een sterk nivellerend effect, omdat 5% waardedaling van een inkomen van € 30.000,- (= € 1.500,-) absoluut groter is dan de waardedaling van een inkomen van € 15.000.- (= €750,-). Bij inflatie merk je in de winkel dat je voor dezelfde euro gewoon minder kunt kopen. Inflatie is daarom slecht voor de economie. De invloed van inflatie op de schuldencrisis blijft echter onderbelicht in de debatten.

Toch weer het oude liedje
Inflatie is een zeer machtig middel om de staatsschuld te laten dalen. De extra geleende euro wordt uitgegeven als die nog veel waard is en hoeft pas te worden terugbetaald als de waarde is gedaald. Nu zou je kunnen denken: fantastische oplossing. Niets is echter minder waar. Het schuldenprobleem is een kwestie van definitie. Het is namelijk niet de hoogte van staatsschuld, maar het vermogen de rente te betalen. Bij inflatie daalt ons vermogen de rente op te brengen, omdat we armer zijn geworden. Tegelijkertijd vragen beleggers bij inflatie een hogere rente. Bij inflatie zadel je de toekomst dus weer op met de rekening van een zwaardere schuldenlast.

Nu kun je het oude verhaal betogen dat we met investeringen in economische groei in staat zijn de schuldenlast te verminderen. Investeren is altijd een uitstekende gedachte, zolang het nu maar gepaard gaat met daling van de schuldenlast. Ik ben namelijk wars van rijk-rekenen. Jij ook?


Beeld: stock.xchng/nr49 en stock.xchng/nkzs
.

Share

Niels Clamens

Niels Clamens (14 juli 1985). Financieel specialist. Kennis van het openbaar bestuur. Jurist. Affiniteit met banken. Bekend met internationale handel. Fiscale interesse. Maar heeft eigenlijk alleen verstand van voetbal.