Wild Terrein – Fietsen tegen de tijd

Tijd: het is zowel je vriend als je vijand. Ik lig er regelmatig mee overhoop, vooral als het gaat om op tijd komen…

We tellen een reguliere maandagochtend. Na een onrustige nacht waarin ik driemaal wakker werd door sms’jes en twee keer door kat Chuck die vakkundig mijn geliefde prikbord naar zijn grootje probeerde te helpen door er flink zijn nageltjes in te zetten, valt het niet mee om uit mijn bed uit te komen. Er moet nog een verplichte opdracht afgemaakt worden voordat ik richting de campus vertrek, dus plof ik make-uploos en met warrige haarbos achter de laptop neer. Na een half uur kan ik gelukkig op de send-knop klikken en ben ik weer een stukje dichter bij dat felbegeerde bonuspunt voor het tentamen.

Laatkomers: een aparte soort
Zoals uit de inleiding al bleek, ga ik ’s ochtends nog wel eens te laat van huis. Zo ook deze bewuste maandagochtend. Gehaast stap ik op de fiets en begin aan mijn pakweg twintig minuten durende rit naar de universiteit. De eerst helft fiets ik door woonwijken, langs de AH XL en de drukke weg langs het station. Daarna kan ik oversteken naar het bekende Tilburgse rode fietspad, dat als een slagader van de stad naar de campus loopt. Op dat fietspad komen alle laatkomers samen.

Fiets

We zijn een aparte groep, wij laatkomers. Je herkent elkaar altijd meteen: een geconcentreerde blik, verbeten trek op de mond en een hoog tempo waarmee de pedalen worden rondgetrapt in een poging toch nog op tijd te zijn voor het betreffende college. In een lang peloton racen we over het rode kronkelende fietspad. We halen moeders met kinderen en langzaam fietsende internationale studenten in – op de één of andere manier lijken die nooit haast te hebben. Er komt een stoplicht in zicht en op het moment dat we nog enkele tientallen meters van het ding verwijderd zijn, springt het op oranje. Sommigen trekken een sprintje en rijden door het intussen rood geworden licht heen, terwijl de rest op de rem trapt. Ik behoor meestal tot die laatste categorie, verkies het veilig een paar minuten te laat aankomen boven het worden afgevoerd met ambulance. Dat laatste heb ik één keer meegemaakt toen ik een jaartje geleden van achteren buiten mijn schuld om door een auto werd geschept. Het is niet aan te bevelen.

We zijn er bijna!
Zuchtend en ongedurig staat de groep te wachten bij het verrekte stoplicht, dat klaarblijkelijk geen haast heeft om op groen te springen. Als dat na wat uren lijkt dan toch gebeurt, zet iedereen alles op alles voor een laatste eindsprint. Even later rijden we nek aan nek de campus op, waar de groep uiteen valt: iedereen gaat op weg naar zijn of haar eigen collegezaal in de verschillende gebouwen. Ik moet het Warande-gebouw midden op de campus hebben, waar de fietsenrekken al vol staan. Snel prop ik mijn fiets tussen een blauwe roestbak en zwarte fiets met gekleurde stickers en ren het gebouw in. Ik hoor nog geroezemoes in de collegezaal en duw de deuren open. Het zit nokvol en vanaf de zijkant kijk ik waar ik kan plaatsnemen. Uiteindelijk weet ik nog enigszins nahijgend een collegestoel te bemachtigen naast vriendin Lis. Een triomfantelijk gebrul klinkt in mijn hoofd. Dan pakt de professor vooraan de collegezaal zijn microfoon en wordt het stil in de zaal. ‘Goedemorgen dames en heren, welkom bij alweer het tweede college van ondernemingsrecht.’ I made it!

Beeld: Flickr.com/yozza.

Share

Sylvia

Sylvia (1990) is een rechtenstudente aan Tilburg University met een voorliefde voor strafrecht, forensische psychiatrie en cybercrime. Ze is studentredacteur bij universiteitsblad Univers, (eind)redacteur van rechtenfaculteitsblad SecJure, blogger, schrijver en freelance copywriter & tekstcorrector. Ze publiceerde eerder al een columnbundel, maar droomt van de uitgave van haar eerste roman. Ze kan niet zonder haar gitaar, zingt en danst wanneer niemand het ziet, is verslaafd aan social media en theater, adoreert de Mexicaanse, Italiaanse en Griekse keuken, heeft een fascinatie voor tuinkabouters en minions en woont samen met de leukste man op aarde: kater Chuck. Voor Nadelunch schrijft ze maandelijks voor ‘De Rechtbank’ en nam in het verleden de columnserie ‘Wild Terrein’ en een enkele bijdrage voor 'Ook dat Nog' voor haar rekening.