Vier dingen die je scriptiebegeleider hopelijk nooit zegt

Sommigen hebben ’m al ingeleverd. Anderen zijn nog even keihard bezig met die scriptie, maar het einde is daar. Als je een van de volgende zinnen niet te horen krijgt. Vier dingen die je scriptiebegeleider hopelijk nooit zegt (of het nu terecht is of niet).

1. “Ik zou even bedenken of je nog op vakantie moet gaan”
Twee weken voor je gepland had je scriptie definitief in te leveren, bespreek je met je begeleider de conceptversie. “Luister, Kees”, begint je docent met een gezicht dat 115% medelijden toont, “ik heb het nog eens goed gelezen en ik denk dat het gewoon niet af is. Om eerlijk te zijn, heb je nog wel een maand nodig. En dan moeten we nog opschieten, wil je voor september afstuderen. Je blijft hopelijk thuis om aan je scriptie te werken? Of neem je je laptop mee naar Lago di Garda?”

2. “Ik vind toch dat je nog één experiment moet draaien”
Je data zijn verzameld en geanalyseerd en het hoofdstuk ‘Resultaten’ heb je opgestuurd naar je begeleider. Een paar dagen later. “Goedemorgen Kees, ik heb je data nog eens goed bekeken. Dat wat je tot nu toe aan experimenten hebt gedraaid en hebt opgeschreven is prima, maar uit je resultaten rijzen nieuwe vragen. Eén ervan zou je zeker moeten kunnen beantwoorden, wil je een sterk verhaal hebben. Ik denk dus dat je nog een experiment moet draaien. 50 vrouwelijke proefpersonen tussen de 18 en 25 jaar, hoogopgeleid, maar dan nu allemaal blond en op de middelbare school waren ze allemaal slecht in wiskunde. Gaat dat lukken, binnen 14 dagen?”

Scriptiemoe
3. “De tweede lezer begreep het tot en met pagina 7”
Je hebt je eerder met literatuur bezaaide bureau opgeruimd, alle 36 blikjes Red Bull eindelijk weggegooid en je mailbox staat 24/7 open. Ieder moment kun je te horen krijgen wat zowel je eerste als je tweede lezer van je werk vinden en dát bepaalt hoeveel je er nog aan moet doen. “Ha Kees, heb je een beetje van je vrije dagen kunnen genieten? Zowel ik als Willem hebben ernaar gekeken, maar die laatste is na pagina 7 afgehaakt – hij begreep eigenlijk alleen de inleiding. Een beetje. Puur inhoudelijk is het best aardig, hoor, maar kennelijk pakt je schrijfstijl niet voor iedereen goed uit. Is het een idee om je hoofdstukken stilistisch nog even flink op de schop te nemen en ook je nichtje, vader, tante en je beste vriend die werktuigbouwkunde doet even te laten proeflezen?”

4. “Laat mij maar even”
Na een paar keer je werk aan je begeleider te hebben laten zien en zijn/haar commentaar verwerkt te hebben, lever je de eerste versie in. Na een week ontvang je een mailtje met een bijlage van 1 MB. ScriptieKeesHerschreven1aug.doc. De begeleidende tekst? “Ik heb er maar in zitten tikken, want een deel van mijn commentaar heb je kennelijk niet helemaal goed opgepakt en zo is in ieder geval duidelijk wat er hoort te staan.” Na even te hebben geslikt, open je het Word-document. Vijftig pagina’s track changes. Alsjeblieft!

Zeer binnenkort: dingen waarvoor je je scriptiestudent het liefst ter plekke zeven punten aftrek geeft.

Beeld: Photl.com.

Share

Fleur

Fleur (1986) volgde de opleiding Nederlandse taal en cultuur en studeerde af als taalkundige. Ze doet nu eigenlijk alles wat met taal te maken heeft: schrijven, redigeren, corrigeren en onderzoeken hoe mensen taal (willen) gebruiken. Tevens is ze hoofdredacteur van Nadelunch.com, waar ze wanneer dat kan voor 'Ook dat nog' schrijft, haar reislust loslaat op de rubriek 'Buiten' en columns verzorgt over taal.